Wie zijn wij

De Stichting voor de jaarverslaggeving heeft als doel de kwaliteit van de externe verslaggeving van organisaties en bedrijven in Nederland te bevorderen. Om hier vorm aan te geven heeft de stichting de 'Raad voor de Jaarverslaggeving' (RJ) in het leven geroepen. Deze Raad is het uitvoerende orgaan van de stichting en geeft concreet invulling aan de doelstelling van de stichting door het publiceren van 'Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving' en 'RJ-Uitingen'. Daarnaast brengt de Raad voor de Jaarverslaggeving gevraagd en ongevraagd advies uit aan de overheid en andere regelgevende instanties zoals de International Accounting Standard Board (IASB) en de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG).  

 

De Raad voor de Jaarverslaggeving neemt de besluiten over de Richtlijnen, RJ-uitingen en het advies dat aan verschillende organisaties wordt uitgebracht. Deze besluiten worden inhoudelijk voorbereid door de vaktechnische staf en diverse werkgroepen. De resultaten daarvan worden besproken door de vaktechnische staf, waarna definitieve besluitvoming door de Raad kan plaatsvinden. Eenmaal per jaar worden de jaaredities ('bundels') Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving uitgegeven, in boekvorm en ook digitaal. In deze jaarlijkse 'RJ-bundel' en 'RJk-bundel' zijn dan alle besluiten van de Raad met betrekking tot deze Richtlijnen verwerkt.  

Raad, staf en werkgroepen worden voor de organisatie van vergaderingen, bij de totstandkoming van RJ-Uitingen en de jaarlijkse bundels ondersteund door het secretariaat.

 

Strategie

De RJ stelt zich periodiek de vraag welke stappen nodig zijn om zo goed mogelijk bij te dragen aan de verbetering van de kwaliteit van de externe verslaggeving in Nederland. In dat kader is in 2017 een strategiedag gehouden waarin de missie van de RJ en de daaruit voortvloeiende strategie is bediscussieerd, dit is tijdens een aantal RJ vergaderingen nader gepreciseerd en geformuleerd. Ten aanzien van IFRS heeft de RJ het volgende beleid vastgesteld:

  • De RJ streeft er naar relevante veranderingen in IFRS in de Richtlijnen te faciliteren, tenzij dat strijdig zou zijn met de Nederlandse wet, en voor zover dat bijdraagt aan goede verslaggeving door rechtspersonen die tot de doelgroep van de RJ behoren.
  • Van faciliteren is sprake wanneer het mogelijk is met toepassing van wettelijke bepalingen/RJ een jaarrekening op te stellen die tevens voldoet aan IFRS (met de mogelijkheid dat aanvullende toelichtingen nodig zijn om volledig aan IFRS te voldoen).
  • Bij de uitwerking van de facilitering wordt proportionaliteit in ogenschouw genomen, wat betekent dat de mate van detaillering en specificering recht doet aan de Nederlandse verslaggevingspraktijk.
  • De RJ beoordeelt nieuwe en wijzigingen in bestaande IFRS in eerste instantie om te bepalen hoe facilitering vorm zal krijgen:  

    1) door aanpassing van de Richtlijnen naar de nieuwe IFRS systematiek waarbij de aanpassing niet zo ‘volledig/ gedetailleerd/voorschrijvend’ als IFRS behoeft te zijn (“IFRS light” i.v.m. proportionaliteit), of 
    2) door toevoeging van een optie die het mogelijk maakt de nieuwe IFRS systematiek of de bestaande RJ oplossing(en) toe te passen. 

    Bij de keuze uit de mogelijkheden ad 1 en 2 wordt terughoudendheid betracht ten aanzien van het toevoegen van nieuwe opties. De als gevolg van de tweede mogelijkheid gecreëerde opties (bijv. integrale verwijzing naar  IFRS) worden periodiek (3 jaar na ingangsdatum) geëvalueerd op gebruik en om na te gaan of deze nog wenselijk zijn.
    Zodra door de RJ besluitvorming heeft plaatsgevonden over de manier waarop met nieuwe (IFRS-) ontwikkelingen omgegaan zal worden, zal daarover direct op de RJ-website worden gecommuniceerd om de Nederlandse verslaggevingspraktijk daarover tijdig te informeren.